TEAKHOUTSECTOR IS DE EUFORIE
VOORBIJ
door Hanneke Vaanhold - Het Financieele Dagblad - 2 oktober 1999
Kenners raden investering
van meer dan $ 10.000 per hectare aangeplante teak sterk af. Nederlandse beleggers
hebben tot nu toe naar schatting Fl 750 mln in teakhoutfondsen in Costa Rica
geinvesteerd. De twee grootste teakhoutfondsen zijn Flor y Fauna en Bosque
Puerto Carillo. 'Wij hebben 3.500 hectare in eigendom, waarvan 2.700 beplant
met teak', zegt Richard Huizinga van Flor y Fauna, het investeringsfonds dat
vanaf 1993 samen met verzekeraar Ohra het 'Groene Goud' aanbood. Een dozijn
van dergelijke fondsen volgde Flor y Fauna. In 1996 beeindigde Ohra de verkoop,
na gekapitteld te zijn over misleidende advertenties die de opbrengsten veel
te rooskleurig voorspiegelden.
Teakhoutfonds Bosque Puerto
Carillo heeft in totaal 3.256 hectares teak in eigendom. Dit fonds kwam twee
jaar geleden in moeilijkheden. 'Bosque' had te kampen met slecht management
en dreigde te worden overgenomen door Taiwanese investeerders. Het NIBO, de
Nederlandse Internationale Bosbouwonderneming nv, opgericht in 1998, heeft
toen een reddingspoging ondernomen. 'Wij hebben de aandelen overgenomen tegen
liquidatiewaarde van mensen die er graag vanaf wilden', zegt George Berenschot,
president van Bosque Puerto Carillo en zelf aandeelhouder. Het NIBO heeft
nu 23 % van Bosque Puerto Carillo in handen
In de teakhandel wordt nog lang geen geld verdiend. Aan de bodem ligt het echter niet, aldus Richard Sims van de CMC Group. CMC zegt een direct uitvloeisel te zijn van het Marketing Centrum voor Houtprodukten, een Costaricaans onderzoeksproject dat werd gesponsord door de Nederlandse overheid. Het doel was het inschatten van de mogelijkheden van de Costaricaanse houtindustrie. Sims stelt dat Costa Rica een van de meest vruchtbare bodems ter wereld heeft. 'Plantageteak is uitstekend hout maar bezit niet de kwaliteit van volwassen teak uit Birma of Indonesie dat minstens vijftig jaar oud is. Plantageteak jonger dan twintig jaar kan dienen als substituut voor mahonie of eiken. Dat lijkt ons zinniger dan concurreren met het oude teak. Bijna al deze fondsen hebben hun ramingen echter gebaseerd op de jaarlijkse prijsstijgingen van 10% voor het oude waardevolle teak.'
Het jonge hout dat de
bedrijven kappen om uit te dunnen, brengt na de meest basale bewerking tot
blokken rondhout maar weinig op. Nergens in Centraal-Amerika was tot voor
kort de infrastructuur aanwezig om meer gecompliceerde bewerkingen uit te
voeren en daarmee het hout geschikt te maken voor de export en hogere inkomsten
te genereren.
CMC meent dat voor projecten onder de 10.000 hectare en met een inlegbedrag boven de $ 10.000 per hectare deze verwerkingscomponent ongeveer 25% van het totale geinvesteerde kapitaal dient uit te maken. Dit om de indertijd beloofde hoge rendementen van naar schatting tussen de 20% en 25% waar te maken. Bij veel projecten is sprake van overfinanciering. George Berenschot van Bosque Puerto Carillo: Vroeger hebben beleggers veel te veel betaald. Mensen zijn verleid op grond van veel te optimistische verwachtingen. De eerste teakfondsen waren pioniers, het is deze mensen niet altijd kwalijk te nemen, maar het is nu tijd voor meer professionalisering.
Wat krijgt een belegger eigenlijk voor zijn geld? In de regel kan een investeerder voor twintig jaar de grond van een unit van een halve hectare huren. Op deze grond plant het teakfonds gemiddeld 800 bomen. De opbrengsten van de bomen zijn voor de belegger. De teakfondsen zeggen dat het inlegbedrag dient als een kostenvergoeding voor het onderhoud van de bomen en het kopen van de grond. Hoeveel kan een investeerder nu eigenlijk verdienen op zijn belegging ?
Een voorbeeld van CMC voor drie verschillende scenario's gaat uit van de hoogste groeipercentages, ideale prijzen, productiefaciliteiten van de beste kwaliteit en vakkundig beheer.
Volgens dr R.M. Keogh, een autoriteit op het gebied van groeipercentages van plantageteak, moet worden aangenomen dat na vijftien jaar de opbrengst maximaal 300 mA per hectare zal bedragen. Daarvan zal eerder 100 m3 dan 200 m3 overblijven vanwege het hout dat gekapt wordt in de vroege jaren om uit te dunnen. Voor de berekening wordt echter uitgegaan van 200m3.